Alle vragen
- Wat is verankeren?
- Waarom krijgen veel experimenten geen vervolg?
- Hoe werk ik aan verankering?
Wat is verankeren?
Hieronder verstaan we het proces en de activiteiten om van losse en lokale experimenten te komen tot een maatschappelijke beweging waarin de nieuwe praktijken business as usual worden. Een belangrijke voorwaarde daarvoor is dat het regime mee verandert. Daaronder verstaan we de bekende verdeling tussen de staat, civiele maatschappij, markt en kennisinstellingen, om formele en informele regels, om kennis, cultuur, rollen en identiteit van organisaties, verdeling van taken of financiële middelen en ook fysieke infrastructuur.
Waarom krijgen veel experimenten geen vervolg?
We noemen een aantal oorzaken:
- Transitie-experimenten sluiten niet aan bij het bestaande regime (de informele en formele regels, routines, protocollen, kennis, cultuur, rollen en identiteit, gebruikelijke verdeling van taken tussen of binnen organisaties)
- Het management ziet niet de noodzaak of urgentie om te werken aan institutionele veranderingen
- Het veranderen van het regime buiten de organisatie gaat de mogelijkheden te boven van degenen die het initiatief hebben genomen voor het experiment. Andere mensen in andere omgevingen zouden het stokje moeten overnemen, maar gaan niet zomaar verder met uw ideeën en ervaring. Zelfs organisaties die ook wel zouden willen experimenteren, doen dat niet. Ze weten bijvoorbeeld niet hoe. Of er is geen geld voor een vervolg
- Er is ander overheidsbeleid nodig om de nieuwe praktijken op grotere schaal mogelijk te maken (zoals nieuwe subsidievoorwaarden, specifieke milieuregels, gewijzigde overheidsvoorschriften voor de zorg). Maar de overheid is daar (nog) ongevoelig voor.
Hoe werk ik aan verankering?
U hebt als trekker van een systeeminnovatief experiment misschien beperkte mogelijkheden om te werken aan een vervolg van uw experiment. Wat kunt u mogelijk toch doen? Een algemene strategie is om al tijdens het experiment partijen te betrekken die in een latere fase voor verankering kunnen zorgen en die tijdens het experiment ontdekken wat hun eigen rol is in het belemmeren en het mogelijk maken van de gewenste innovatie.
Andere manieren
Enkele andere suggesties om uw experiment te verankeren zijn:
- Werk (liefst met andere vernieuwers) aan een goede inhoudelijke onderbouwing voor de systeeminnovatie verandering; daarmee bouwt u aan legitimatie voor vervolgactiviteiten
- Breng in uw experiment systeemknelpunten goed in kaart. Bespreek die met andere vernieuwers. Samen kunt u een sterker signaal afgeven over de noodzaak van (regimeverandering voor) een transitie dan in uw eentje. Zie hiervoor ook het cluster ‘Plan van aanpak maken'
- Werk aan een maatschappelijke business case. Dat is een gestructureerde kostenbatenafweging van systeeminnovatieve experimenten of praktijken. Ze doen recht aan het domeinoverschrijdende karakter van systeeminnovatie en bieden inzicht in zowel het economische en het maatschappelijk nut, dat zo goed mogelijk wordt geschat en gekwantificeerd met experts. De cases zijn in het bijzonder nuttig voor gesprekken over structurele financiering, waarvoor overigens vaak ook vernieuwing van financieringsarrangementen nodig blijkt. Zie daarvoor ook bij ‘Voorbeelden': nieuwe financieringsarrangementen
- Verspreid uw ideeën via lezingen op conferenties, via radio- en tv-programma's, boeken, artikelen in vakbladen, een website enzovoorts. Ook dit kunt u misschien samen met collega-vernieuwers doen. Hiermee verhoogt u de status van uw experiment en het veranderwerk. Dat kan weer helpen om het management in uw organisatie mee te krijgen of anderen te interesseren
- Zoek het onderwijs op: kijk of u uw inzichten en ervaringen in relevante opleidingen kunt inbedden
- Zoek sponsors op het juiste niveau om regimeverandering te bevorderen. Behalve om het management en bestuursleden, kan het bijvoorbeeld gaan om gedeputeerden en andere politici
- Zorg voor betrokkenheid van het management. Bespreek structuurbelemmeringen. Koppel bij de evaluatie van het experiment knelpunten aan voorstellen voor oplossingen. Knelpunten kunnen bijvoorbeeld zijn:
- Ontbrekende kennis binnen de eigen organisatie
- Protocollen of routines die belemmeren dat de nieuwe praktijk binnen de organisatie standaard wordt
- Competenties van werknemers en/of de beoordeling van medewerkers die moeten veranderen
- Wijzigingen in financiële regels/financieringsstromen
- Aanpassing van formele taken die een belemmering vormt voor een gewenste nieuwe identiteit of rol van de eigen organisatie (zie ook het voorbeeld over nieuwe rollen en identiteiten)
- Distributiekanalen van de organisatie die niet meer voldoen, of een gewenste aanpassing van de markten waarop het zich richt
- Het netwerk van de organisatie dat misschien aangepast moet worden
- De (in)formele cultuur
- De fysieke aspecten van de organisatie (waar die is gehuisvest, en hoe bijvoorbeeld, ICT-netwerk).
Een laatste suggesties is tenslotte: maak het groot. Onderzoek nog voor afloop van het experiment een niveausprong naar een programma. In een programma kunt u experimenten bundelen. Ook biedt een programma meer ruimte voor werk aan regimeverandering. Ligt het werken aan zo'n schaalsprong buiten uw mogelijkheden? Bezie dan of u anderen zover kunt krijgen dat zij daaraan gaan trekken, bijvoorbeeld vertegenwoordigers van speciale innovatieorganisaties, het management, hogere ambtenaren, gedeputeerden. Kijk ook verder bij Verankeren, ingang Programma.