- Waaraan voldoet een plan van aanpak?
- Welke leerdoelen en -activiteiten neem ik mee?
- Wat zijn belangrijke managementopgaven?
- Waaraan voldoet de uitvoerende organisatie?
- Waaraan voldoet een projectportfolio?
- Welke ondersteuning is nodig?
- Hoe ga ik om met onzekerheden?
- Wat zijn aandachtspunten voor de communicatie?
Welke leerdoelen en -activiteiten neem ik mee?
Voor een plan van aanpak moet u aandacht besteden aan twee leerdoelen. Die moet u vertalen in activiteiten zoals workshops, intervisies en, onderzoek.
Leren van relevante andere experimenten
Het eerste doel is dat van leren van relevante andere experimenten, binnen en buiten het programma. Want er valt vaak veel te leren van de aanpak, problemen en oplossingen van andere transitie-experimenten. Bijvoorbeeld over technologische mogelijkheden en over structuuraspecten als eigenschappen van de markt, consumentenacceptatie, cultuurverandering, omgang met regelgeving en kennislacunes.
Systeemleren en tweede-orde-leren
Daarbij en daarnaast is aandacht nodig voor systeemleren en tweede-orde-leren. Systeemleren houdt in dat betrokkenen met elkaar leren over noodzakelijke regimeveranderingen voor nieuwe praktijken. Tweede-orde-leren gaat over aanpassingen in diepere overtuigingen en waarden. Deze vormen van leren zijn belangrijk omdat ze veranderingen in probleemperceptie of oplossingen mogelijk maken, die nodig zijn voor de systeeminovatie. Systeemleren en tweede-orde-leren zijn dan ook belangrijke elementen van 'Reflexief monitoren'. Zie daarvoor het cluster ‘Monitoren en evalueren'.
Uitwerking
Drie tips voor de uitwerking in een plan van aanpak zijn:
- Plan tijd en capaciteit in voor activiteiten voor leren en zorg dat leerervaringen systematisch worden vastgelegd. Ziehiervoor ook cluster Monitoren en Evalueren.
- Benoem nu al welke sleutelpartijen voor een systeeminnovatie kennis moeten opdoen van leerervaringen. Kunt u ze al in een vroeg stadium betrekken zodat ze meeleren?
- Bedenk eventueel ook al welke routes u gaat gebruiken om tussentijdse leerervaringen te verspreiden, zoals conferenties, artikelen in vakbladen, internet, werkbezoeken, presentaties en krantenartikelen.