Zorgboerderijen: structuurknelpunten
| Functie / Domein: | Landbouw, zorg, kinderopvang |
| Illustratie van: | Structuurknelpunten |
Door toenemende internationale concurrentie, aanscherping van milieuregels, meer maatschappelijke aandacht voor dierenwelzijn en massale uitbraken van dierziekten, kwamen eind vorige eeuw veel Nederlandse boeren voor de vraag te staan hoe het verder moest met hun bedrijf. Duizenden boeren stopten. Anderen zetten in op verdere schaalvergroting. Maar een derde groep pioniers koos voor een nieuwe oriëntatie. Zij gingen hun landbouwbedrijf combineren met zorg of kinderopvang: de zorgboerderij.
Structuurknelpunten
Deze pioniers liepen echter tegen allerlei structuurknelpunten aan, in de vorm van cultuur, percepties, regels, kennis, netwerken. Zo bleek de kennisinfrastructuur verdeeld in instituten die zich richtten op zorg en die zich richtten op de landbouw of de groene (stedelijke) ruimte: er waren geen kennisinstituten die het gehele terrein van zowel zorg als ‘groen' bestreken. De meeste initiatieven kwamen uit de landbouw. De zorgsector was afwachtend, door de snelle veranderingen in die sector. Ook bleken de boeren en zorgwereld heel andere en vaak onuitgesproken ideeën te hebben over wat juist was om te doen.
Een programma om structuurpunten te doorbreken
Jan Hassink van de Wageningen UR zag deze structuurknelpunten en realiseerde zich dat ze moeilijk door individuele boeren waren op te lossen. Hij ontwikkelde daarop een programma om de kloof tussen de zorgsectoren de agrarische sector te verkleinen. Dat is gefinancierd door het NIDO (Nationaal Initiatief Duurzame Ontwikkeling)*. Vervolgonderzoek vond plaats in het project Green Care Amsterdam van Transforum. In dat project zijn verschillende, vaak kleinschalige, initiatieven met zorglandbouw rond Amsterdam met elkaar verenigd in een professionele organisatie ‘Landzijde', waarin boeren, verzekeraars, gezondheidsinstellingen, overheden en kennisinstellingen deelnemen. Door de samenwerking kunnen boeren beter en sneller een professioneel aanbod ontwikkelen dat voor zowel aan de behoeften van de zorgvrager als van de verzekeraars beantwoordt. Zorgvragers denken nu mee over een effectievere formulering van de behoeften en de begeleiding van cliënten. En verzekeraars leren hoe zij hun financiële pakketten hierop af moeten stemmen.
* NIDO heeft bestaan van 1999 tot eind 2004 en was een ICES/KIS programma gericht op vernieuwing van de Nederlandse kennisinfrastructuur
Bronnen
- Loeber, A. en D.J.Joustra (2005). Transitie en ‘systeem': de eenheid van verandering. Transitiepaper 5. Ministerie van VROM; Den Haag, p. 5.
- http://www.transforum.nl/, project Green Care en http://www.landzijde.nl/